logo kleur definitief2-mail

Column 11 juni 2011 | premiere van KLEUR | COLOR
Vredeskerk | Pijnackerstraat 9 (de Pijp)


De hand ophouden - bij de hand nemen - hand in hand
Column van Egbert Hermsen (journalist voor oa KRO en Ikon) in het kader van de premiere van het project KLEUR | COLORrijke verhalen van bijzondere Amsterdammers op 11 juni in de Vredeskerk in Amsterdam.

In al de jaren dat ik nu als journalist werk heb ik een ding echt geleerd en dat is dat zwart niet altijd zwart is, wit niet altijd wit en dat er - een eenvoudige rekensom - dus heel veel grijs bestaat. Of misschien is het beter om in het kader van deze bijeenkomst te praten over KLEUR.
Vertaald naar het dagelijks leven: goede mensen kunnen ook slechte dingen kunnen doen, slechte mensen zijn soms verbazingwekkend medemenselijk. Een dader kan tegelijkertijd slachtoffer zijn en slachtoffers worden niet zelden, al was het maar uit wraak, daders.
Het waren vaak plekken ver van huis die me lieten twijfelen. Momenten die in mijn hoofd zitten, alsof het opgeslagen foto's zijn, beelden van kleine gebeurtenissen. Ik noem er een uit de Balkanoorlogen, weer even in het nieuws door de arrestatie van Mladic.
Tijdens de oorlog in Kosovo stond ik met mijn microfoon ooit naast een Albanese moeder die huilend haar - letterlijk stukgeschoten - zoon begroef. Een Albanese rebel, verzetsstrijder, nee....vrijheidsstrijder.
Maar het waren kameraden van deze held die een paar maanden later - het Servische leger was inmiddels verdreven uit Kosovo, de NAVO met tanks en troepen binnengetrokken, de Albanezen vierden de overwinning - die een paar maanden later in het dorpje waar ik logeerde laf een Servisch echtpaar van tegen de 80 vermoordden.
Oude mensen die gedood werden, alleen maar omdat ze Servisch waren en het lef hadden en op hun geboortegrond achter te blijven.
Voorbeelden van momenten ver van huis die vragen opriepen: Wat en wie is goed - wie fout - wie schuldig - wie slachtoffer. Maar ook: hoe zit het met
mijn beeld, mijn oordeel, mijn vooroordeel.
En uiteindelijk: wat
doe ik: stop ik snel wat geld in de opgehouden hand van de bedelaar, of loop ik niet snel door, neem ik iemand in nood bij bij de hand om hem of haar in veiligheid te brengen.
Of ga ik nog verder: zet ik me op wat voor manier dan ook in voor zoiets onbereikbaars als vrede en verzoening: een brug bouwen over kloven van haat en etnische tegenstellingen zodat oude vijanden niet alleen naast elkaar, maar ook weer met elkaar kunnen leven. En dat hoeft dan nog niet eens hand in hand.
Maar ver van huis is relatief veilig, je hoeft niet echt positie te kiezen, want je kunt de krant wegleggen, de TV uitzetten.
Daarom nu snel naar Amsterdam. Op 2 september 2008 overleed in het Psychiatrisch Dienstencentrum Oost, hier niet zo ver vandaan, de 47 jarige Wim Maljaars. Wim zat in een isoleercel en werd 's ochtend dood aangetroffen, gestikt in een boterham met pindakaas.
Een dood die veel ophef veroorzaakte. In eerste instantie niet zozeer bij de instelling zelf, maar toen familie en vrienden de pers inschakelden kwamen misstanden in de kliniek naar buiten. En op zo'n moment moet er iemand schuldig worden verklaard. Maar dat is minder makkelijk, minder zwart-wit dan het op het eerste gezicht lijkt.
Voor de IKON radio maakte ik eind 2008 een documentaire over Wim en sprak met familie, vrienden en andere betrokkenen. Ze vertelden hoe Wim al op de middelbare school het spoor kwijt dreigde te raken, toch in Amsterdam ging studeren en hoe hij hier door zijn schizofrenie en psychoses steeds vaker het contact met de wereld om hem heen verloor. Na een aantal opnames ging het sinds 2004 redelijk goed: de medicijnen die hij gebruikte hielden hem 'binnen de lijntjes'.
Zijn beste vriend in Amsterdam vertelde dat Wim drie maanden voor zijn dood stopte met medicatie. Terwijl hij wist dat het dan mis zou kunnen gaan. Dat de wanen en psychoses terug zouden komen. Maar leven als een zombie, omdat de medicijnen niet alleen de psychoses onderdrukten, maar ook alle pieken van vreugde, verdriet en beleving, dat wilde Wim niet.
Een schoolkameraad van de middelbare school die ik interviewde vertelde dat hij en Wim een echt een duo waren. Op onze zolderkamertjes zaten we uren naar zware en sombere muziek op net gekochte LP's te luisteren. Maar toen Wim hem later in Amsterdam opzocht, zag deze schoolkameraad direct dat het wel mis moest gaan. Hij vatte het afwijkende gedrag van Wim echter niet op als een uitgestoken hand, en van bij de hand nemen om te helpen was al helemaal geen sprake.
Zijn moeder in Zeeland zei me dat ze zich niet schuldig voelde na zijn dood. Toch vroeg ze zich af: heb ik genoeg gedaan? Had ik hem meer vrij moeten laten, waren we te streng, heb ik onvoldoende geprobeerd te bemiddelen tussen Wim en zijn vader met wie hij een slechte band had. Heb ik mijn hand wel voldoende uitgestoken.
Zijn beste vriend in Amsterdam zei: Ik heb hem gewaarschuwd, gevraagd niet te stoppen met zijn medicijnen. Maar heb ik dat voldoende gedaan. Ik heb hem jaren bij de hand genomen, maar had ik op dat moment mijn hand niet moet opsteken: niet doen!
En Wim zelf: die wilde vooral zichzelf redden, niet zijn hand ophouden, maar zijn eigen weg vinden. Iets wat respect verdient, maar weigerde hij tegelijkertijd ook niet in te zien dat hij wel hulp nodig had? Hoe verantwoordelijk was zijn beslissing te stoppen met medicijnen?
Allemaal keuzes onmogelijke keuzes, juist omdat je later bijna altijd ziet dat het de verkeerde waren.. Dit zijn verhalen van anderen, uit Kosovo of het verhaal van Wim, maar ik weet zeker dat voor iedereen hier -op wat voor manier dan ook- dit soort keuzes vrijwel dagelijks voorbij komt.
En dan komt het volgens mij - en dat bedoel ik als vraag en niet als mening- uiteindelijk neer op die eigen verantwoordelijkheid.
En dat is niet alleen de keuze van de helpende om de uitgestoken hand van iemand in de knel niet alleen te vullen met een onpersoonlijke euro, maar hem of haar bij de hand te nemen om vervolgens
samen , dus zonder superioriteitsgevoel- te werken aan een oplossing.
Het is volgens mij ook de verantwoordelijkheid van degene
in problemen om zijn of haar hand niet alleen op te houden, maar hem ook uit de mouwen te steken, aktief te worden en zelf te zoeken naar iemand met wie je hand in hand, op voet van gelijkheid, kunt werken aan de oplossing van je problemen.
De waarheid ligt in het midden, maar dan moet er van twee kanten beweging komen, anders ontmoet je elkaar daar nooit.